Kinderfysiotherapie

De kinderfysiotherapeut observeert, onderzoekt en behandeld maar geeft ook voorlichting en advies

Hoe werkt de Kinderfysiotherapeut?

Een ouder kan met een (hulp)vraag naar de kinderfysiotherapeut toe gaan, op eigen initiatief of via het consultatiebureau, GGD, huisarts of kinderarts. Nadat het kind is ingepland volgt een intake. Door middel van onderzoek en gestandaardiseerde tests krijgt de kinderfysiotherapeut een volledig beeld van het motorische niveau. De ouders, leerkrachten, huisarts en andere betrokkenen spelen hierbij een belangrijke rol. Zij geven informatie over hoe het kind zich onder verschillende omstandigheden gedraagt. De kinderfysiotherapeut bespreekt de bevindingen en stelt een behandelplan op.

Behandeling

De behandeling is erop gericht de motorische ontwikkelingsmogelijkheden van het kind te vergroten. Het doel is dat het kind beter functioneert in zijn fysieke en sociale omgeving. Functionele aspecten spelen tijdens de behandeling een centrale rol.
Het oefenmateriaal is speciaal ontwikkeld voor kinderen en moet het plezier in bewegen vergroten en bepaalde motorische functies aanspreken.
De duur van de behandeling is uiteraard afhankelijk van de aard en de omvang van de klacht of de hulpvraag. Soms is alleen een advies al voldoende, bijvoorbeeld een houdings- of sportadvies. Bij chronische klachten duurt de behandeling langere tijd.

Zuigelingen 0-2 jaar

Bij zuigelingen bestaat de behandeling voor een groot deel uit hanterings- en speladviezen aan ouders. Ouders kunnen op die manier de behandeling bij de dagelijkse verzorging betrekken. Als dit nodig is, kan de behandeling ook thuis plaatsvinden. Dat geldt vaak voor kinderen die in de praktijksituatie niet goed reageren op behandeling of kinderen met een ernstige handicap.

Voorbeelden van indicaties bij zuigelingen:

    • Motorische ontwikkelingsachterstand: het niet of vertraagd bereiken van
    mijlpalen.
    • Asymmetrische zuigeling: voorkeurshouding
    • Billenschuiven / tenenlopen
    • Cerebrale parese: zuurstofgebrek rond de geboorte
    • Prematuriteit: vroeggeboorte
    • Orthopedische afwijkingen: stand van de voeten etc.
    • Onrustige zuigelingen/ huilbaby's
    • Aangeboren afwijkingen

Kleuter en basisschoolleeftijd 2-12 jaar:

Op deze leeftijd worden regelmatig vanuit school of kinderdagverblijf signalen opgemerkt, waarin een kind anders functioneert dan leeftijdsgenoten of bepaald gedrag vertoont wat opvallend is. In de kleutergroep valt het vaker op dat een kind niet genoeg mee kan met voorbereidende schrijfoefeningen, waardoor de verwachting kan ontstaan dat kinderen problemen krijgen bij het leren schrijven in groep 3. Een ander voorbeeld hiervan is het niet goed mee kunnen tijdens de gymles bijv. met gooien, vangen, klimmen of balanstaken. Soms kan bewegingsangst of problemen in reactievermogen een rol spelen.
Verder kunnen ouders vragen hebben over de motoriek of andere problemen in de ontwikkeling zien. Dan kan er een screening gedaan worden om te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van een probleem of niet. Hierbij worden scores vergeleken met genormeerde waarden.

Pubers 12-16 jaar:

Pubers staan onderhevig aan allerlei lichamelijke veranderingen. Hierbij spelen meestal met name de orthopedische problemen met betrekking tot houding en groei een rol.

Voorbeelden van indicaties bij 2-16 jaar:

• Motorische ontwikkelingsachterstanden: fijn of grof motorisch
• Houdingsproblemen (bijv. scoliose)
• Ademhalingsproblematiek en hyperventilatie
• Orthopedische afwijkingen
• Groeipijnen
• Aangeboren afwijkingen, syndromale aandoeningen of niet-aangeboren
hersenschade.
• Inspanningsgebonden problemen
• Hypermobiliteit

Gespecialiseerde therapeuten binnen de praktijk zijn: